Na de
knieoperatie
Een
knieoperatie in ziekenhuis St Jansdal te Harderwijk,
Gelderland.
Uitslaapkamer
Direct na de ingreep gaat u naar de uitslaapkamer, waar
gedurende de eerste uren intensieve bewaking en controle
plaatsvinden. Soms treedt na de ingreep misselijkheid op,
maar daar is medicatie voor. Met behulp van een röntgenfoto
wordt gecontroleerd of de prothese goed is
aangebracht.
Verpleegafdeling
Zodra u voldoende hersteld bent, gaat u naar de
verpleegafdeling. De eerste dagen na de operatie wordt er
gezorgd voor een goede pijnstilling. U houdt dan bedrust.
Het drukverband om de knie wordt na twee dagen verwijderd.
Na de operatie heeft u een infuus. Bij een ruggenprik is
altijd een blaaskatheter nodig, waardoor de urine
rechtstreeks wordt opgevangen. Bij de wond zit een drain:
een slangetje om bloed en wondvocht af te voeren. In de
eerste dagen na de operatie zal de verpleging de
operatiewond controleren en verzorgen en u informeren over
de dingen waar u op moet letten als u weer thuis bent.
Revalidatie onder leiding van
fysiotherapeut
De eerste oefeningen doet u in bed en bestaan uit leren
buigen en strekken van de knie en vervolgens leren lopen.
Uiteindelijk is het de bedoeling dat u na ontslag weer zo
zelfstandig mogelijk kunt lopen.
Pijnbestrijding
na de operatie
Het slangetje in de rug blijft ongeveer 2 dagen zitten. In
deze periode krijgt u continu pijnstilling toegediend via
een pomp. Mogelijk merkt u enig verschil in de
verdoving van linker en rechter been. Zo kan het zijn dat
het ene been nog wat zwaar is terwijl het andere been
‘normaal’ voelt. Zolang u geen pijn heeft zal de
anesthesist hier meestal niets aan doen, anders kan hij
alsnog de verdoving wat bijstellen. Het is dus van belang
dat u wel aangeeft wat u voelt. Omdat u tijdens deze
behandeling moeilijk zou kunnen plassen, krijgt u ook
een katheter in de blaas, dat ervoor zorgt dat de urine goed
weg blijft lopen.
|