De knieoperatie
Een knieoperatie in ziekenhuis St Jansdal te Harderwijk, Gelderland.
Tijdens een knieoperatie wordt het beschadigde of versleten kniegewricht vervangen door een kunstgewricht.
Anesthesie
Ongeveer een uur voor de operatie krijgt u een tablet waar u alvast iets suf van kunt worden. Soms wordt hierbij ook een prik in het bovenbeen gegeven. Op de operatieafdeling wordt u aangesloten aan de bewaking en krijgt u een infuus. Hierna moet u even gaan zitten en wordt de huid van de rug verdoofd nadat de rug gepoetst is met koud ontsmettingsmiddel. Vervolgens wordt de daadwerkelijke ruggenprik gegeven. Het slangetje wordt in de rug gebracht en met
een pleister vastgeplakt. Soms kan bij het opvoeren van dit slangetje een schokje gevoeld worden. Pijnlijk is dit meestal niet. U kunt hierna gewoon gaan liggen. U voelt er verder niets van.
Ruggenprik
Het geven van de ruggenprik duurt gemiddeld zo’n 5 minuten. Zodra het verdovingsmiddel wordt ingespoten, zult u merken dat het gevoel vanaf ongeveer de navel naar beneden langzaam verdwijnt en dat de benen zwaar worden. Het gevoel verdwijnt soms niet helemaal: het kan zijn dat u tijdens de operatie voelt dat de orthopeed ‘bezig’ is; het doet echter geen pijn. Indien u dat wenst kunt u tijdens de knieoperatie iets toegediend krijgen waardoor u wat suf wordt en van de operatie niets hoeft mee te maken.
Beschrijving van de ingreep
Voor de knieoperatie krijgt u antibiotica toegediend via het infuus. Tijdens de knieoperatie maakt de chirurg een verticale snee over de knie van ongeveer twintig centimeter en opent het gewrichtskapsel. Het versleten kniegewricht wordt weggehaald en vervangen door een knieprothese. Als slechts een deel van het kniegewricht versleten is, kan vaak worden volstaan met een halve prothese.
Bovenbeen
Met speciale instrumenten worden de versleten botstructuren verwijderd en de botdelen op maat gemaakt voor de prothesedelen. Verankering vindt plaats met behulp van botcement, ofwel door een directe fitting van de prothesedelen. Het uiteinde van het bovenbeen krijgt een metalen glijvlak om het been soepel te laten bewegen.
Onderbeen
De bovenkant van het scheenbeen wordt eveneens voorzien van een metalen laag. Hiertussen wordt een kunststof glijvlak geplaatst. Soms wordt ook de achterkant van de knieschijf voorzien van een kunststoflaagje. Aan het eind van de knieoperatie wordt bekeken of het bovenbeen en het onderbeen weer goed over elkaar glijden.
Knieoperatie